Het kan niet altijd feest zijn

boer-zoekt-vrouw-internationaal-2016-e1472290020504

In de winter van 2013 had ik een zeer ernstig geval van liefdesverdriet te pakken. Buiten lag een dik pak sneeuw en binnen stookte ik de kachel meestal op tot 25 graden. Na een maand in bed te hebben gelegen met de gordijnen dicht wist ik van gekkigheid niet meer wat te kijken. Mijn redding kwam toen uit onverwachte hoek in de vorm van Boer Zoekt Vrouw.

Als je liefdesverdriet hebt helpt eigenlijk niets. De vaak ongevraagde adviezen gaan het ene oor in en het andere uit. De talrijke zuipfestijnen en daaropvolgende gedoemde nachtelijke smsjes naar je ex (“ik hou vna je”) maken het eigenlijk alleen maar erger.

Er zijn meerdere elementen die Boer Zoekt Vrouw in dit soort tijden zo troostend maakt. De zalvende, opgewekte stem van Yvon Jaspers (“há-llo!”). De oer Hollandsheid ervan: bruin betegelde keukens. Plastic kamerplanten. Kleffe witte kadetjes met voorgesneden plakjes kaas. Drie kopjes thee zetten van één zakje. Bevroren slavinken. Wortel (?) in de bami doen met een flinke scheut Maggi erover.

Omdat ik normaal gesproken geen fan ben van de KRO en/of Yvon Jaspers was het bestaan van Boer Zoekt Vrouw al acht seizoenen lang compleet aan me voorbij gegaan. Maar tijdens die buitengewoon deprimerende winter heb ik alle 96 afleveringen vrijwel in één ruk door gekeken. Sindsdien raad ik iedereen met een gebroken hart hetzelfde aan.

Op 12 februari gaat de nieuwe reeks van start en ik zit te popelen. De hunkerende vrouwen van Nederland hebben twee weken de tijd gehad om hun brieven te schrijven. Van die brieven word ik altijd zò vrolijk. Sommigen houden het bij een beknopte doch doeltreffende e-mail maar anderen knutselen wat af. Ansichtkaarten van twee meter, hele creaties van papier maché… Ik stel me dan zo voor dat die vrouwen aan de keukentafel ijverig zitten te lijmen en te plakken, met hoop in hun hart. De wereld gaat naar de knoppen maar de mensen geloven nog in de liefde! Zelfs nu moet ik er bijna een beetje van huilen.

Terug naar die noodlottige winter van 2013. Toen Boer Zoekt Vrouw mij vond had ik me al maandenlang verbeten. Ik vond dat ik vooral heel flink moest zijn en niet mocht zeuren. M’n vrienden vonden het al na twee weken weleens tijd voor een nieuwe liefde. Maar ik voelde me met de dag ongelukkiger en alleen al de gedachte aan één of andere vreselijk ongemakkelijke Tinderdate maakte me misselijk. Het was eigenlijk een kwestie van schouders eronder en doorpakken. Alleen lukte dat totaal niet. Hoe meer ik mezelf probeerde te dwingen om verder te gaan met mijn leven, hoe langer de misère leek te duren. Op dat moment was het een verademing om naar hele normale mensen te kijken met hele normale verlangens, die er gewoon voor uit durfden te komen dat ze een arm om zich heen misten na een lange dag. Dat wat ik niet hardop durfde te zeggen maar wel voelde.

In de huidige tijd, waarin iedereen zo zijn best doen om bijzonder te zijn, geeft een serie als Boer Zoekt Vrouw lucht met haar doodgewone truttigheid. Net als zovelen in de Randstad word ik dagelijks doodgegooid op social media met uitzonderlijk trendy levens die lijken te bestaan uit hoogtepunten. Natuurlijk weet ik ergens wel dat elk huissie z’n kruissie heb, alleen is dat soms moeilijk te onthouden. We mogen niet meer toegeven dat we het soms even niet meer weten. Tegenwoordig is een tegenslag ‘een uitdaging’ en meer dan ooit tevoren kunnen we behendig een pantser voor onszelf creëren: met mij gaat het altijd goed, mooi en beter. Doodvermoeiend.

Dankzij Boer Zoekt Vrouw kwam ik na 96 afleveringen tot een doorbraak. Die was simpelweg: het kan niet altijd feest zijn. Recht je rug, open je hart en knutsel een liefdesbrief in elkaar. Dan komt het vanzelf goed.