Pluishaar

Op de dag dat miljoenen vrouwen de straat op gaan om te protesteren tegen Trump ga ik met mijn dochter naar Artis. Thuis hangt een zwart-wit portret van mij aan de muur, gemaakt in Artis. Het was 1989, ik was vier en had die dag mijn lievelingsjurk aan, geel met zeilbootjes. Ik vraag me af of ze er nog steeds portretten maken. Waarschijnlijk digitaal met angstaanjagend felle kleuren. Zoals de crèche foto van mijn dochter waarop ze net een robot lijkt, een baby uit de toekomst, zò haarscherp dat het een beetje griezelig is.

Het is rustig in Artis. Alles ziet er nog precies zo uit als ik het me herinner. Kijk, wil ik tegen mijn dochter zeggen, hier klom mama vroeger tussen de stekels van de witte stegosaurus. En hier was vroeger ook al de apenrots. Mijn dochter is net één geworden en kijkt een beetje glazig voor zich uit. Ik realiseer me dat we hier misschien meer voor mij zijn dan voor haar.

Bij de giraffen leeft ze op. Ze kijkt vol verwondering omhoog en wijst: ‘oh!’. Terwijl mijn vriend en dochter nog bij de giraffen blijven plakken loop ik vast door naar de olifanten. Of liever gezegd: naar Sanuk, het baby olifantje. Bestaat er iets mooiers?

Sanuk klimt onhandig over een boomstronk en dartelt achter haar moeder aan, voor zover een olifant kan dartelen. Haar donshaartjes lijken op die van mijn dochter en ik schiet bijna vol. Sinds ik moeder ben is mijn hart een open zenuw, als ik niet uitkijk ben ik de hele dag aan het janken. Wollen wantjes met een touwtje ertussen, oude mensen die struikelen, sommige televisiereclames en nu dus donshaartjes. ‘Wat is er in godsnaam met me gebeurd?’ denk ik, terwijl ik gegeneerd het brok in mijn keel wegslik.

De leeuwen zitten allemaal op een kluitje in de hoek, veel te koud natuurlijk voor die arme beessies. Is het niet eigenlijk zielig voor de dieren? Doen we er wel goed aan om hier te komen? Mijn nostalgie vecht het aan met een gevoel wat ik vroeger nooit had.

In cafetaria de Twee Cheetahs is een duif naar binnen gevlogen. Mijn dochter lacht en probeert hem haar koekje te geven. Ik heb haar de hele dag nog niet zo enthousiast gezien. En dat voor een domme ordinaire rotduif. Mijn vriend staat in de rij voor een kroket. Overal om me heen zijn baby’s en kinderen met aangekoekte snotneuzen. Ik vind ze gek genoeg allemaal even lief.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s